+31 (0)20 630 65 35 info@stichtingdon.nl

Financieel Dagblad – Kantelpunt

‘Kantelpunt’ is een rubriek in het Financieel Dagblad waarin mensen vertellen over een belangrijk moment in hun leven en loopbaan. Oprichter en voorzitter van stichting DON, Maarten de Gruyter: “Sinds een lotgenoot overleed, wil ik niks meer missen.”

Maarten de Gruyter (42) is projectontwikkelaar bij vastgoedbedrijf Boelens de Gruyter en oprichter van stichting Diabetes Onderzoek Nederland.

“Vanaf mijn zevende lijd ik aan diabetes. Ik had altijd dorst en moest heel vaak naar de wc. In eerste instantie dachten mijn ouders aan een blaasontsteking, maar de dokter was er na één prikje achter dat ik suikerziekte had, type 1, dat veroorzaakt wordt door een fout in het afweersysteem. Dat heeft grote impact op een kind. Insuline spuiten leerde ik al snel zelf doen, maar de zorgeloosheid was weg. Wat je eet moet worden afgewogen, snoep is uit den boze, en je moet een heel gereguleerd leven leiden. Toen ik ouder werd, verzette ik me er ook tegen. Als een vriend één biertje dronk, moest ik er wel drie kunnen drinken. Ik had het idee dat ik alles moest kunnen.

Ik kom uit de familie van de De Gruyter- winkelketen. Mijn opa heeft nog in de raad van bestuur gezeten, hij is de man die “Het snoepje van de week” heeft bedacht. Zelf zit ik in de projectontwikkeling. Sinds 2007 heb ik samen met een partner mijn eigen projectontwikkelingsbedrijf, Boelens de Gruyter. We hebben onder meer de voormalige kantoren van Het Parool en Trouw in Amsterdam herontwikkeld.

Echt belangstelling voor suikerziekte heb ik nooit gehad, behalve voor mijn eigen ziekte dan. Eigenlijk was het toeval dat ik de stichting DON, Diabetes Onderzoek Nederland, heb opgericht. We wilden een donatie doen, maar dat ging allemaal zo moeilijk, zo stroperig. Dat zie je kennelijk vaak. Brieven blijven liggen, telefoontjes worden niet beantwoord, en als je eindelijk iemand aan de lijn krijgt, blijkt het de verantwoordelijkheid van Pietje te zijn. Uiteindelijk heb ik het toen maar zelf gedaan. In eerste instantie dacht ik aan een kleine familiestichting. Maar nadat ik contact had gehad met het Hubrecht Instituut, wereldwijd nummer één op het gebied van stamcelonderzoek, besloot ik dat het die kant op zou moeten. Met zo’n familiestichting red je dat niet. Nu krijgen we steun van meerdere grotere donateurs.

Ik werd pas emotioneel geraakt toen ik meewerkte aan een documentaire over de enorme implicaties die suikerziekte kan hebben, zoals amputatie van ledematen, blindheid, en nier- en hartfalen. Die documentaire ging over Erik Mijnlieff en over mij. Ik heb nog geen grote complicaties door mijn ziekte, maar Erik miste beide benen al, zijn vingers waren aan het afsterven en zijn nieuw geïmplanteerde nier werkte ook al niet meer. Het waren mooie, maar zware weken. Ik zou nooit aan zo’n documentaire hebben meegewerkt als ik geen voorzitter van DON was. Drie weken na de documentaire is Erik overleden. Hij liet een vrouw en een kind achter. Dat heeft alles voor mij veranderd. Ik leefde altijd al intensief, maar het bracht alles in een versnelling. Ik wil álles zien en álles doen, niets missen. Ik sla geen enkele uitnodiging voor feestjes of recepties af. Toen ik werd gevraagd om voorzitter te worden van FC Den Bosch, heb ik geen moment geaarzeld. Mijn secretaresse wordt gek van mijn agenda. Mijn vrouw vindt het doodvermoeiend. Door de week ben ik vier, vijf avonden per week van huis. Ik ben nu gestopt bij FC Den Bosch, maar ik ben bewust lid van het CDA en ik wil me meer met politiek bezighouden. Ik heb vier dochters, de oudste is twaalf, de jongste vijf. Daar wil ik volop van genieten. Ik ben elke woensdag thuis. En in het weekend doe ik overdag niets, tenzij ze erbij kunnen zijn. In het voorjaar ga ik met ieder van hen een paar dagen weg. Vorige week ben ik met een vriend gaan golfen in Ierland, volgende week zouden we naar vrienden in Frankrijk gaan, maar hun huis is net afgebrand bij een bosbrand. Onlangs ben ik naar Israël geweest, naar New York, Montreal, Hongkong en Shanghai.

Ik hou erg van golf, en dat is ook goed voor me, wandelen, buiten zijn, alle tijd voor een goed gesprek met vrienden of zakenrelaties, maar in het weekend doe ik dat nooit. Mijn vader, die voor zijn werk ook vaak van huis was, ging in het weekend juist golfen omdat hij dan vrij was. Dat wil ik niet. Die tijd is voor mijn gezin. Al weet ik natuurlijk niet of mijn kinderen straks ook niet zullen zeggen dat hún vader ook altijd van huis was.

Ik slaap vier, vijf uur per etmaal. Ik ben niets minder gaan doen, alleen maar meer. Nee, wacht, met tv-kijken ben ik gestopt. Dat vind ik tijdverspilling. Elke dag ben ik met mijn diabetes bezig. Wat zal de ziekte mij vandaag brengen, denk ik ’s ochtends. Maar de langetermijneffecten zijn het belangrijkst.

Mijn ogen gaan achteruit. Eergisteren had ik last van bloedingen, vanmiddag ga ik daarvoor naar de dokter. Misschien word ik op termijn blind. Ik ben er niet bang voor. Wat gebeurt, gebeurt. Ik ben een gezegend mens.’

Bron: Kantelpunt Financieel Dagblad